De nieuwe jas

  • Het was een zonnige junidag. Meezingend met een vrolijk radiodeuntje reed ik op de A4 naar huis, naar Amsterdam. Opeens gepiep en een knal. Vlak voor me een ongeluk. Een rode auto beukte tegen de vangrail. De bolide lag in de kreukels. De man achter het stuur leefde nog wel, maar hij was er niet best aan toe.

          9 februari 2015

Het beeld stond nog heel de dag op mijn netvlies gekerfd. Een dag later was mijn wagen aan de beurt. Een vrouw die de voorrangsweg niet opmerkte reed met haar voertuig in de rechterflank van mijn auto. Ik schoot de andere weghelft op. De auto draaide 360 graden in de rondte, een bushokje kwam op me af en ik stond stil. In de verte zag ik mensen op mijn auto afrennen. ‘Ik hoef geen hulp. Ik leef nog’, dacht ik blij. ‘Ik ben helemaal ongedeerd! Een beschermengel van boven moet me geholpen hebben’. Niet veel later takelde een gele sleepauto mijn auto weg. Total loss. Ontredderd en opgelucht keek ik de voertuigen na.

Die week erna was de beslissing snel genomen. Ik had jarenlang keihard gewerkt, met een dikke auto klanten af, targets halen, acquisitie doen. Al die uren op de weg, in de file, al die stress, de deadlines. De twee verkeersongelukken hadden niets met mijn werk te maken, toch openden ze me de ogen. Alsof ik een waarschuwing van boven kreeg: hoe lang ga je nog door je leven te leiden op een manier die niet goed voor je is? Opeens besloot ik – had ik de kracht om te kiezen. Het is klaar. Ik ga mijn baan opzeggen. Gaandeweg was het werk dat ik deed gaan schuren met wie ik wilde zijn en hoe ik mijn leven wilde leiden. Ik had de beslissing uitgesteld met allemaal smoesjes. De collega’s waren te leuk, de opdrachten te interessant. En wat was het alternatief? Ik wist het niet. Dus bleef ik maar een maandje langer, en nog een maandje langer, en nog één. De twee ongelukken openden mijn ogen voor mijn jachtig bestaan met werk dat me geen voldoening meer gaf. Ik wilde niet meer die altijd gestreste maar o zo succesvolle carrièrevrouw zijn. De identiteit die ik met mijn werk had opgebouwd was een jas die me niet meer paste.

Een ongeluk wens ik niemand toe. Maar het is wel goed om zo nu en dan flink door elkaar geschud te worden. De eindigheid in de ogen te kijken. Soms doe je dat met jezelf, soms zijn er omstandigheden die de schellen van je ogen doen vallen. Een nieuwe leidinggevende met wie je niet overweg kan, tegenvallende resultaten, de jaloerse gevoelens die je hebt bij iemand die doet wat je eigenlijk ten diepste zou willen…. Het zijn allemaal ‘triggers’ die je vertellen wat je echt belangrijk vindt in je leven. Je bent toe aan een nieuwe jas, die beter past bij wie je bent en wie je wilt zijn. En dan komen de vragen… Als dit het niet is, wat dan wel? Wat is een volgende stap en hoe kom ik daar achter?


"Het creëren van een nieuwe bestemming, en daarmee een nieuwe identiteit, kost moed om de wereld in te springen."


Hoera! Je bent in de Tussentijd. En dat is een lastige fase, vol onzekerheid, angst en twijfel. Je maakt jezelf wijs dat je zou moeten weten wat er na de tussentijd komt, voordat je je oude bestaan opgeeft. Stemmetjes vertellen je: zolang je niet weet waar je straks werkt, kun je beter blijven zitten waar je zit. Toch? Of: je zou niet bang moeten zijn, je heel sterk en capabel moeten voelen, voordat je in beweging komt. Onzin. Niet luisteren naar die kwelgeesten. Een schijnbare remedie om de zekerheid over de toekomst te verkrijgen is het voortdurend en maandenlang analyseren van jezelf, van mogelijke scenario’s, van hoe het zo ver heeft kunnen komen…. Je kunt er vele gesprekken bij Van Ede mee vullen. Niet dat je niet mag denken – je hebt die hersenpan niet voor niets – maar het eindeloos beredeneren en analyseren is een zinloze poging de werkelijkheid te bezweren. Een andere veelgebruikte vluchtroute is helemaal wegzinken in je gevoel en je hersenpan juist te spaarzaam gebruiken. Niet dat je niet mag voelen, kwetsbaarheid hoort erbij, maar gevoelens zijn niet zaligmakend. En zo heeft iedereen zijn eigen voorkeuren en mechanismen om de angst voor het ongewisse het hoofd te bieden. Het lukt mij soms: angst te accepteren als een vriend die met me meeloopt en me scherp houdt, maar die ik niet het voortouw laat nemen. Ik probeer de lastige gevoelens in mezelf toe te staan, er met mildheid naar te kijken. En het plezier op te zoeken in het proces, je over te geven aan het ‘niet weten’. En als het allemaal even klote is, die mildheid niet lukt, dan is het zo. Ook dat gaat voorbij.

Het creëren van een nieuwe bestemming, en daarmee een nieuwe identiteit, kost moed om de wereld in te springen. De paradox is dat de brug naar de toekomst ontstaat door erover heen te gaan lopen. Kleine stapjes verkennen nieuwe wegen. Netwerken, met goede vrienden praten, naar je intuïtie te luisteren, gesprekken met je consulent; elke beweging is goed. Experimenteer! Probeer! Speel! Opeens merk je wat energie geeft – en blijkbaar een goede route is - en wat een element is dat alle kracht uit je wegslurpt. Er komen mensen op je pad die je gaan helpen. Je gaat anders uit je ogen kijken, zet figuurlijk (en soms ook letterlijk) een andere bril op. Mensen zien het verschil en vragen: wat is er met jou aan de hand? Je bent niet meer wie je was en je weet nog niet waar je naartoe gaat, maar wat je nu doet voelt goed. Je bent je nieuwe identiteit aan het inkleuren en vormen. Gaandeweg.  Zolang je nu op de goede weg bent, komt die nieuwe bestemming vanzelf.

Goed artikel?

Delen op

Careers that matter

© Van Ede & Partners. All rights reserved.