Olivier ‘de hoge functionaris’

  • Olivier ‘de hoge functionaris’ heeft nooit gedacht dat hij de hoofdrol zou spelen in een ‘reis van de held’ verhaal. Maar het gebeurde wel en bovendien onverwacht. Ja, achteraf, achteraf is het makkelijk praten...

    Hans Boer       23 January 2015

En het is ook een echt ‘reis van de held’ verhaal geworden met alle elementen die daarbij horen: er is een heilige graal (of zoiets), in ieder geval iets wat Olivier graag wil hebben, er is een uitdagende reis die daarvoor moet worden ondernomen en tijdens die reis zijn er drie beproevingen: momenten waarop Olivier overwinningen moet boeken. En wel op zichzelf.

Wie en wat hebben we nog meer nodig in een ‘reis van de held’ verhaal? Helpers! In het geval van Olivier is dat een roodharige fee. En we hebben een aanleiding nodig want Olivier ‘de hoge functionaris’ gaat natuurlijk niet zomaar op reis.

O nee, daar is wel wat aan vooraf gegaan. Maar laten we hier kort over zijn: Olivier ‘de hoge functionaris’ kon vertrekken. Er is geen plek meer voor hem.

En dus pakt hij een rugzak en een boterham voor onderweg en verlaat z’n dorp. Olivier is niet heel vaak buiten z’n dorp geweest en hij moet toegeven: het valt ‘m alles mee. Een mooie weg strekt zich voor hem uit, slingerend door de velden. Links naast de weg staat een bord met daarop de tekst: “Weg van de Vorm’. Welgemoed gaat hij op pad.

Hij heeft nog niet zo heel lang gelopen of een tegenligger komt hem tegemoet: een man met een slappe hoed en een lange jas. “Vreemdeling’ spreekt de man, wie ben je en waar ga je naartoe? ´Ik ben Olivier ‘de hoge functionaris’´ antwoordt Olivier en hij is nog niet uitgesproken ... of ... hij staat weer aan het begin van de weg naast het bord met de tekst: ‘Weg van de Vorm’. ´Da’s me ook wat´, stamelt Olivier in zichzelf. Nog beduusd van het gebeurde gaat hij toch maar weer op pad. Hij loopt een kleine kilometer totdat hij een koets met paarden tegenkomt. Als de koets hem passeert gaat het raampje open en spreekt een grijze man hem toe: ‘Hela, Hola, wie bent u en waarnaar bent u op weg?’ Olivier haalt even adem: ‘Ik ben Olivier ‘de hoge functionaris’ en ik ben ...´ En fwieiet …, daar staat hij weer, aan het begin van de weg. ‘Nu vind ik het niet meer leuk. Zo schiet het niet op’, zegt Olivier verontwaardigd.

‘Gelijk heb je’ hoort hij achter zich zeggen. Olivier draait zich om en kijkt recht in het gezicht van een roodharige fee. ‘Wat bedoel je?’ vraagt Olivier. ‘Dat het niet opschiet met die reis van jou’ zegt de fee. ‘En wat kan ik daaraan doen?’. De fee kijkt hem peinzend aan: “Zolang je wilt zijn wie je was kun je niet worden wie je bent ...” zegt ze zachtjes. ‘Zolang ik wil zijn wie ik was …, kan ik niet worden wie ik ben ...’ zegt Olivier haar na. ‘En wat was ik?’ mompelt hij in zichzelf … En dan knikt hij begrijpend.


"Olivier draait zich om en kijkt recht in het gezicht van een roodharige fee."


Hij gaat weer lopen in de namiddagzon. Een wandelaar met een knapzak komt hem tegemoet. ‘Wie ben je en waarnaar ben je op weg’? vraagt de wandelaar. ‘Ik ben Olivier’ zegt Olivier. Ik ben op weg naar mijn heilige graal (of zoiets). ‘Cool’ zegt de wandelaar. ‘Goede reis’.

De volgende dag vervolgt Olivier zijn weg. Om hem heen ziet hij het landschap veranderen. Meer bomen, meer rotsen en de weg wordt minder gemakkelijk begaanbaar: steniger en met kuilen. De zon gaat inmiddels schuil achter grijze wolkenflarden en het wordt geleidelijk aan kouder. De weg stijgt. Dan steekt de wind op. Het stof van de weg dwarrelt naar omhoog. Olivier knijpt z’n ogen samen en trekt z’n schouders op maar blijft doorlopen. Net nadat hij linksaf heeft gebogen ziet hij dat de weg ineens ophoudt. Hij staat voor een kloof, een diepe kloof die zich links en rechts uitstrekt zover als Olivier kan kijken. Wat nu? Olivier verlangt naar z’n dorp en naar z’n oude overzichtelijke rol van ‘hoge functionaris’. Weemoedig kijkt hij om zich heen.

En dan ziet hij schuin beneden iets. Iets wat lijkt op een brug. Jawel hoor. Het is een touwbrug. Verheugd klautert Olivier naar beneden de kloof in. De touwbrug is niet ver en hij is er zo. Net wil hij een eerste voet op de brug zetten of hij ziet voor zich uit, midden op de brug, drie wezens. De wolkenflarden trekken weg en nu ziet hij ze scherp: een woeste leeuw, een valse beer en een listige slang bevinden zich op het midden van de brug. Olivier verstijft. En blijft staan. De dieren ook. De zon zakt langzaam en de schaduwen van de dieren worden groter en dreigender. Het wordt er niet fijner op.

En dan, na een tijd, gebeurt er iets opmerkelijks: Olivier zet zijn rechtervoet op de brug en daarna zijn linkervoet en voetje voor voetje loopt hij de brug op. Naarmate hij dichter bij de dieren komt, lijken ze alleen maar groter en dreigender te worden. Maar Olivier loopt door en door totdat hij bijna bij het midden van de brug is. Even aarzelt hij en dan, dan loopt hij verder en ... loopt dwars door de dieren heen. Hij kijkt om en ze zijn weg! Gewoon weg. Olivier ademt diep uit en loopt naar de overkant.

Daar wacht de roodharige fee hem op. ‘Zo Olivier’, zegt ze, ‘wat dapper van je, heel dapper, hoe ... hoe … durfde je dat zomaar?’ ‘Ik moet even bijkomen’ antwoordt Olivier. ‘M’n shirt is drijfnat, ik kan het uitwringen’. ‘Nou, liever niet hier’ zegt de fee zuinigjes. ‘Maar’, vervolgt ze nieuwsgierig, ‘waar haalde je de moed vandaan?’ ‘Nou’ , zegt Olivier, ‘ik ben dan wel geen ervaren reiziger maar ik kan wel goed nadenken. Als hoge functionaris heb ik nogal veel met m’n hoofd gewerkt en dat kwam me nu goed van pas’. De fee kijkt hem niet begrijpend aan. ‘Weet je’ vervolgt Olivier zijn betoog: ‘het kan natuurlijk nooit ... ga maar na: we zijn hier in ‘the middle of nowhere’ ... nergens een kip te bekennen en dan bivakkeren er ineens drie woeste dieren midden op een touwbrug. Nogal onwaarschijnlijk lijkt me. Nu ja, toen ik me dat realiseerde, begreep ik ook dat die dieren er niet echt waren maar er alleen in mijn verbeelding konden zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat het niet alsnog reusachtig beangstigend was om de brug over te steken hoor, want ik heb een heel overtuigende verbeelding. Maar het blijft verbeelding’. De fee kijkt Olivier bewonderend aan, knikt hem toe en is weer verdwenen.

Het is de derde dag van Olivier’s reis. Het landschap is weer anders. Heuvelachtig is het met hier en daar een mooi weids uitzicht. Een halfbewolkte dag met een prima temperatuur. De heilige graal (of zoiets) is nog niet in zicht maar Olivier is er zeker van dat hij op de goede weg is. En dat hij al een flink eind gevorderd is. Dan ziet hij een niet al te hoge blauwachtige berg opdoemen, meer een flinke heuvel eigenlijk. En bovenop die heuvel ziet hij iets glinsteren. Olivier is blij. Hij haalt diep adem en versnelt zijn pas. Het komt goed beseft hij. Het komt goed. Naarmate hij de heuvel dichter nadert ziet hij steeds duidelijker dat er een weg naar boven is. Een weg die zich als een spiraal om de heuvel draait, hoger en hoger. ‘Die moet ik hebben’ zegt Olivier tegen zichzelf. Bij de voet van de heuvel en het begin van de weg staat een bord. ‘Weg van het Gebaande Pad’ staat er op het bord. Olivier begint aan zijn weg naar boven. Het loopt ook best gemakkelijk. Hij kijkt om zich heen en ziet een heuse bergmarmot die zich koestert in de zon. Het is een vredig plaatje. Olivier loopt de berg rond en nog een keer en weer een keer. De top komt dichterbij …, nou ja eerst was dat wel zo maar nu ... Olivier loopt nu alweer een tijd en de nodige ronden en de top lijkt helemaal niet meer dichterbij te komen. Wel ziet hij dat er meer wandelaars zijn op weg naar boven en die lopen ook allemaal gewoon hun rondjes ... ‘’ Het lijkt poddikkie wel alsof ik kringetjes aan het draaien ben’, zegt Olivier in zichzelf.

‘Dat zou zo maar kunnen’ hoort hij de roodharige fee zeggen die, vanuit het niets lijkt het, naast hem is komen lopen. Nou en ... zegt Olivier, ‘wat moet ik dan?’ Ik doe toch niks verkeerd, andere mensen lopen toch ook naar boven op deze weg? ‘Ja’ zegt de fee, andere mensen ook en, sterker nog, sommigen komen ook echt boven op deze manier maar lang niet allemaal zie je. En jij in ieder geval niet Olivier’. ‘Maar wat moet ik dan? roept Olivier uit. ‘Kijk eens in je rugzak’ vraagt de fee. Olivier aarzelt, doet dan z’n rugzak af, kijkt erin en haalt er een paar stevige bergschoenen uit. ‘Ja en?’ vraagt hij de fee. ‘ik heb al prima schoenen, mooie brogues, daar kan ik prima mee uit de voeten op deze weg’. ‘Nou’ zegt de fee, ‘als je deze weg wilt blijven volgen, hou die schoenen dan maar aan. Maar als je boven wilt komen, zou ik de bergschoenen nemen. ‘Ja hoor eens’ protesteert Olivier, ‘het is hartstikke steil, en er zijn allemaal stenen en struiken. Er is niet eens een pad!’. De fee zegt niets.

En dus doet Olivier de bergschoenen aan, haalt diep adem en klimt naar boven. Van steen naar steen, door de struiken heen. Hij gaat zweten, schramt zich en zijn hart bonkt. Z’n broek scheurt (ook dat nog). Zo steil is het dat hij op handen en voeten naar boven moet klauteren. Buiten adem raakt hij. En die verrotte graal (of zoiets) lijkt nog even ver weg. Wel ziet hij beneden zich diverse wandelaars hun zinloze kringetje draaien en daar put hij moed uit.

En dan verandert het landschap, hij kan weer een stukje gewoon lopen en ook is hij er redelijk van overtuigd dat hij wel degelijk dichter bij de top komt. Hij gaat er zowaar harder van lopen totdat hij haast op een drafje naar boven rent. Als de zon gaat zakken en de top van de heuvel in een stralend schijnsel zet, verlicht ze ook Olivier ... Rechtop staat hij: trots en blij en een tikkeltje gehavend ...

Een ‘reis van de held’ verhaal eindigt altijd waar het begon: de held keert terug en brengt iets mee naar de gemeenschap van waar hij komt. Zo ook Olivier. Het is nog steeds dezelfde Olivier vinden z’n familie en z’n vrienden en toch ook niet helemaal. ‘Hij is spontaner en minder vormelijk’ zegt de één, ‘hij is rustiger en wijzer’ zegt een ander, ‘hij lijkt wel creatiever ’ zegt een volgende. En zo hebben ze allemaal wat te zeggen. En het is allemaal waar, beseft Olivier. De reis heeft hem veel gebracht.

Goed artikel?

Share on

Careers that matter

© Van Ede & Partners. All rights reserved.